
Centrum en woonwijken ontzien
Het verkeer in Deurne vraagt om meer dan een paar extra vrachtwagenverbodsborden. De grotere vraag is welk verkeer in het centrum en de woonwijken thuishoort en welk verkeer daar alleen doorheen rijdt.
Vrachtwagens die winkels en bedrijven bevoorraden, moeten hun bestemming kunnen bereiken. Bezoekers die naar het centrum komen, zijn welkom. Verkeer zonder bestemming in Deurne hoort zoveel mogelijk op de provinciale wegen. Dat geldt voor vrachtwagens en voor personenauto’s.
Waar gaat/loopt het vast?

We hebben ook zelf even onderzocht waar vrachtwagens kunnen komen. Op de kaart zie je met groene lijn de straten die bereikt kunnen worden zonder vrachtwagenverbod. Op een aantal plekken komt een vrachtwagen voor een verbod te staan waar geen ruimte meer is om nog te keren. Of men rijdt een verbodszone in zonder dat gezien te hebben, bijvoorbeeld via de Oude Liesselseweg of Grote Bottel.

Van Venray naar Eindhoven
Wie van Venray naar Eindhoven rijdt, hoeft niet over de Binderendreef, tussen De Vennen en de Rijtse Vennen door. De provinciale route via de N270 en N279 is daarvoor bedoeld.
Tijdens de huidige sluiting van de spoorwegovergang bij de Binderendreef blijkt dat het grootse deel van het verkeer ook zonder deze route zijn weg kan vinden. Dat laat zien dat de Binderendreef geen onmisbare schakel is voor doorgaand verkeer tussen Venray en Eindhoven.
De vraag is daarom hoe we de route via de N270 en N279 aantrekkelijker en vanzelfsprekender kunnen maken. Dat kan met goede bewegwijzering, een betere afstelling van verkeerslichten, actuele informatie voor navigatiesystemen en duidelijke afspraken met logistieke bedrijven.
Zolang de route door Deurne sneller of gemakkelijker lijkt, zal verkeer daarvoor blijven kiezen.
Winkels moeten worden bevoorraad
Vrachtverkeer volledig uit het centrum weren is niet realistisch. Winkels, horeca en andere bedrijven moeten worden bevoorraad. Daardoor rijden vrachtwagens soms door het centrum en zelfs over de Markt.
Een vrachtwagen die bij de Jumbo heeft gelost en daarna naar Veghel moet, moet de vrachtwagenverbodzone ook weer op een logische manier kunnen verlaten. Het is dan begrijpelijk dat binnen die zone de kortste geschikte route wordt gebruikt, bijvoorbeeld via de Heuvelstraat. En dan is de Heuvelstraat in de huidige opzet juist niet geschikt door het vele verkeer en de gemengde type weggebruikers.
Een vrachtwagenverbod moet daarom ruimte bieden aan bestemmingsverkeer. Daar horen duidelijke routes bij voor het bereiken en verlaten van een bestemming.
Chauffeurs mogen niet worden geconfronteerd met een route die onderweg doodloopt of hen uiteindelijk een woonwijk instuurt. Ook navigatiesystemen moeten de toegestane routes op de juiste manier verwerken.
Geen bestemmingsverkeer door woonwijken
Vrachtwagens die winkels en bedrijven in het centrum bevoorraden, horen geen route door de Heiakker of Koolhof te krijgen.
Daarvoor is een sluitend netwerk nodig. Vrachtwagens moeten vanaf een geschikte toegangsweg naar hun bestemming worden geleid en daarna weer naar een geschikte uitvalsweg. De bebording moet op elkaar aansluiten en de route moet ook praktisch uitvoerbaar zijn voor grote voertuigen.

Op enkele plaatsen zijn ondertussen snelle maatregelen mogelijk. Bij de N270 kan een vrachtwagenverbod voorkomen dat vrachtwagens rechtstreeks de Heiakker inrijden. Bij de Blasiusstraat staat nu alleen een vooraankondiging van een vrachtwagenverbod over 1.500 meter. Bekeken kan worden of daar direct een echt vrachtwagenverbod kan worden ingesteld.

Ook bij Koolhof ligt een snelle verbetering voor de hand. Vrachtwagens die daar een bestemming hebben gehad en via de Maassingel vertrekken, kunnen met een verplichte rijrichting linksaf worden gestuurd. Zij rijden dan richting het spoor en de Liesselseweg, in plaats van verder richting het centrum.
Deze maatregelen beperken enkele ongewenste routes. Voor een sluitende aanpak blijft een volledig verkeersplan nodig.
Bezoekers van het centrum blijven welkom
Personenauto’s die een bestemming in het centrum hebben, hoeven niet te worden geweerd. Deze bezoekers komen winkelen, werken, naar de horeca of maken gebruik van een andere voorziening. Zij dragen bij aan de lokale economie.
De fiets verdient daarbij alle ruimte. Goede fietsroutes en voldoende veilige fietsparkeerplaatsen maken het gemakkelijker om voor de fiets te kiezen. De auto blijft voor een deel van de inwoners en bezoekers noodzakelijk.
Het onderscheid moet daarom helder zijn. Verkeer met een bestemming kan Deurne bereiken. Verkeer dat Deurne alleen gebruikt als kortere route wordt zoveel mogelijk buiten het centrum en de woonwijken gehouden.
Noord naar zuid
Voor vrachtverkeer dat vanaf de noordzijde van Deurne naar een bestemming aan de zuidzijde moet, ligt de Binderendreef op dit moment voor de hand.
De Binderendreef als enige mogelijkheid aanwijzen is echter te beperkt. Ook aan de oostzijde van Deurne moet naar een alternatief worden gekeken. Daar liggen wegen die mede geschikt zijn gemaakt als landbouwverkeerroutes. Op delen van deze routes wordt in de winter zelfs gestrooid.
Onderzocht moet worden of deze wegen kunnen bijdragen aan een geschikte route voor lokaal zwaar verkeer tussen het noorden en zuiden van Deurne. Daarbij moet uiteraard worden gekeken naar verkeersveiligheid, draagkracht, leefbaarheid en de gevolgen voor het buitengebied.
Vrachtverkeer dat vanuit het oosten komt, bijvoorbeeld vanuit de richting Griendtsveen, moet naar een specifieke bestemming in Deurne rijden of via een duidelijke route naar de Amstel en vervolgens de Liesselseweg worden geleid.
Zo ontstaat een herkenbaar netwerk in plaats van een verzameling losse verboden.
Doorgaand vrachtverkeer herkennen

Borden zijn nodig om de regels kenbaar te maken en om navigatiesystemen de juiste informatie te geven. Voor een werkend vrachtwagenverbod is ook handhaving nodig.
Er bestaan systemen waarmee een vrachtwagen bij het binnenrijden van een gebied kan worden geregistreerd en later aan de andere zijde opnieuw kan worden waargenomen. Wanneer een voertuig binnen een korte tijd dwars door Deurne rijdt, kan worden onderzocht of sprake was van doorgaand verkeer.
Er moet rekening worden gehouden met vrachtwagens die onderweg hebben geladen, gelost of een andere legitieme bestemming hadden. De precieze uitvoering moet daarom juridisch houdbaar zijn en passen binnen de privacyregels.
De handhaving kan worden opgebouwd. Een chauffeur of vervoerder ontvangt bij de eerste overtreding een waarschuwing. Bij herhaling volgt een forse boete. Daarna kan gericht worden gehandhaafd op voertuigen of bedrijven die de regels vaker overtreden.
Meer dan losse verbodsborden
Op de eerder getoonde kaart is te zien dat het huidige systeem geen sluitend geheel vormt. Op sommige toegangen staan vrachtwagenverbodsborden. Op andere plaatsen ontbreekt een duidelijke beperking of staat alleen een vooraankondiging.
Een aantal snelle maatregelen kan wel alvast worden uitgevoerd, zoals een verbod bij de N270 richting de Heiakker, een echt verbod bij de Blasiusstraat en een verplichte rijrichting vanaf de Maassingel.

Daarna is een samenhangend verkeersplan nodig. Daarin moet de gemeente duidelijk maken:
- welke wegen bedoeld zijn voor doorgaand verkeer,
- hoe bestemmingsverkeer het centrum en bedrijven kan bereiken,
- hoe vrachtwagens het gebied weer verlaten,
- welke woonwijken worden beschermd en
- hoe de regels worden gehandhaafd.
Doorgaand verkeer zoveel mogelijk via de N270 en N279, geen onnodig verkeer door het centrum en de woonwijken en goede bereikbaarheid voor inwoners, bezoekers, winkels en bedrijven.
