Deurne krijgt steeds nadrukkelijker te maken met netcongestie. Dat klinkt technisch, maar de gevolgen zijn heel concreet. Nieuwe woningen, scholen, bedrijven, laadpalen, warmtepompen en zwaardere huisaansluitingen hebben allemaal stroomcapaciteit nodig. Als die capaciteit er niet is, kan een plan vertragen of zelfs tijdelijk stilvallen.

Transparant Deurne heeft hierover politieke vragen gesteld aan het college. Die vragen gingen over netcongestie in Liessel, Neerkant en Helenaveen, maar de gevolgen raken breder dan alleen deze dorpen. Het gaat om de vraag of Deurne op tijd genoeg doet om woningbouw, onderwijs, voorzieningen en verduurzaming mogelijk te houden.
–> De vragen zijn hier te vinden: Politieke vragen: Netcongestie Liessel Neerkant Helenaveen [Transparant Deurne]
Wat is netcongestie?
Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet op bepaalde momenten of plaatsen niet genoeg ruimte heeft om alle gevraagde stroom te vervoeren. Dat kan gaan om stroom afnemen, bijvoorbeeld voor woningen, bedrijven, warmtepompen of laadpalen. Het kan ook gaan om stroom terugleveren, bijvoorbeeld door zonnepanelen.
Het probleem is dus niet dat er helemaal geen elektriciteit meer is. Het probleem is dat kabels, transformatoren en elektriciteitsstations de pieken in vraag of aanbod niet altijd aankunnen.
Vergelijk het met een wegennet. Er kunnen genoeg auto’s zijn en er kan genoeg bestemming zijn, maar als de weg te smal is, ontstaat er file. Bij netcongestie ontstaat die file op het stroomnet.
Hoe werkt het elektriciteitsnet?
Het Nederlandse elektriciteitsnet bestaat grofweg uit drie lagen.

Bovenaan zit het hoogspanningsnet. Dat is de snelweg van het stroomnet. In Nederland wordt dit beheerd door TenneT, de landelijke netbeheerder voor het hoogspanningsnet.
Daaronder zitten het middenspanningsnet en het laagspanningsnet. Die brengen stroom naar bedrijventerreinen, wijken, straten en uiteindelijk woningen en bedrijven. In onze regio is Enexis de regionale netbeheerder.
Dat onderscheid is belangrijk. Een probleem bij een station als Helmond-Zuid kan namelijk niet altijd lokaal worden opgelost. Soms zit de beperking hoger in het netwerk, bijvoorbeeld op het hoogspanningsnet van TenneT. Dan kan Enexis lokaal wel van alles willen, maar is de beschikbare ruimte afhankelijk van grotere aanpassingen in het landelijke net.
–> We hebben het eerder over netcongestie gehad. Zie ons eerdere artikel: Schaalsprong 3/3: Stroom
Deurne valt niet onder één station
Bestuurlijk kijken we vaak naar de gemeentegrens. Het elektriciteitsnet kijkt daar niet naar. Delen van Deurne kunnen onder verschillende verzorgingsgebieden of elektriciteitsstations vallen.
Uit de beantwoording van de politieke vragen blijkt dat het getroffen gebied rond station Helmond-Zuid in Deurne vooral gaat om het buitengebied van Liessel, Neerkant en Helenaveen. Vlierden valt volgens het college niet onder Helmond-Zuid, maar onder het dekkingsgebied van Helmond-Oost.

Het beeld is daarmee als volgt: Deurne als geheel krijgt te maken met netcongestie, omdat woningbouw, bedrijvigheid, voorzieningen en verduurzaming overal afhankelijk zijn van stroomcapaciteit.
Het buitengebied van Liessel, Neerkant en Helenaveen wordt extra hard geraakt door de situatie rond Helmond-Zuid.
Voor gebieden die onder Helmond-Oost vallen, is de situatie anders. Daar zou volgens de beantwoording nog gereserveerd vermogen beschikbaar zijn. Dat vermogen wordt verdeeld volgens het prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt, afgekort ACM.
Kleingebruikers en grootgebruikers
Tot nu toe werd vaak onderscheid gemaakt tussen kleinverbruikers en grootverbruikers.

Een kleinverbruiker is iemand met een aansluiting tot en met 3×80 ampère. Daar vallen gewone woningen onder, maar ook kleinere bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en veel kleinere aansluitingen voor laadpalen of warmtepompen.
Een grootverbruiker heeft een zwaardere aansluiting dan 3×80 ampère. Dat gaat bijvoorbeeld om grotere bedrijven, grotere maatschappelijke gebouwen, collectieve voorzieningen of zwaardere installaties.
Dat verschil was belangrijk, omdat kleinverbruikers in de praktijk vaak nog makkelijker konden worden aangesloten dan grootverbruikers. Maar dat verandert. Vanaf 1 juli 2026 kunnen in congestiegebieden ook nieuwe kleinverbruikers en aanvragen voor verzwaringen op een wachtlijst komen. Volgens Enexis kunnen aanvragen voor nieuwe of zwaardere aansluitingen vanaf die datum op een wachtlijst komen, waarbij maatschappelijk belangrijke aanvragen een hogere plek kunnen krijgen.
Dat raakt dus niet alleen grote bedrijven. Ook inwoners kunnen ermee te maken krijgen.
Wat betekent dit voor inwoners?
Voor bestaande woningen blijft de stroom natuurlijk gewoon beschikbaar. Het licht gaat niet uit. Maar nieuwe of zwaardere aansluitingen kunnen wel een probleem worden.
Denk aan een inwoner die de aansluiting wil verzwaren van 1-fase naar 3-fasen, bijvoorbeeld voor een warmtepomp, inductiekoken, zonnepanelen, een laadpaal of een grotere verbouwing.
In gebieden met netcongestie kan zo’n verzwaring na 1 juli 2026 niet meer vanzelfsprekend worden uitgevoerd. De aanvraag kan dan op de wachtlijst komen. Helmond communiceert daarover vergelijkbaar: bestaande aansluitingen blijven werken, maar nieuwe of zwaardere aansluitingen moeten vóór 1 juli 2026 worden aangevraagd; daarna komen aanvragen op de wachtlijst en kan Enexis niet garanderen dat alle aanvragen een aansluiting krijgen.
Dat maakt de situatie extra wrang. Aan de ene kant stimuleren overheden inwoners om te verduurzamen. Aan de andere kant kan het stroomnet die verduurzaming niet altijd bijhouden.
Heeft u plannen voor een zwaardere aansluiting?
Voor inwoners en kleine ondernemers in Deurne die al concrete plannen hebben voor een zwaardere aansluiting, is de boodschap helder: wacht niet tot na 1 juli.

Denk aan een verzwaring van 1-fase naar 3-fasen voor een warmtepomp, laadpaal, zonnepanelen, inductiekoken, een verbouwing of uitbreiding van een bedrijf aan huis. Wie zo’n verzwaring toch al nodig heeft, doet er verstandig aan om de aanvraag vóór 1 juli 2026 in gang te zetten.
Dat betekent niet dat iedereen uit voorzorg zomaar een aanvraag moet doen. Maar wie concrete plannen heeft, moet weten dat aanvragen na 1 juli op de wachtlijst kunnen komen. Dan kan een verbouwing, verduurzaming of investering ineens vastlopen op het stroomnet.
Voor heel Deurne is dit relevant. Voor het gebied rond Helmond-Zuid, waaronder het buitengebied van Liessel, Neerkant en Helenaveen, is de urgentie extra groot.
Wat verandert er per 1 juli 2026?
Tot 1 juli 2026 reserveren netbeheerders nog capaciteit voor toekomstige kleinverbruikers. Vanaf 1 juli stopt die werkwijze in congestiegebieden.
Vanaf dat moment komen nieuwe aanvragen voor kleinverbruikers en grootverbruikers op één wachtlijst. Niet langer is alleen de grootte van de aansluiting bepalend, maar ook het maatschappelijk belang van het project. De Rijksoverheid schrijft dat vanaf 1 juli 2026 alleen nog drie groepen voorrang krijgen: oplossingen die het volle stroomnet ontlasten, organisaties die nodig zijn voor veiligheid en belangrijke basisbehoeften zoals woningen, scholen en openbaar vervoer.
Dat betekent dat bijvoorbeeld woningbouw, onderwijs, veiligheid, drinkwater en openbaar vervoer onder voorwaarden voorrang kunnen krijgen. Maar die voorrang is geen garantie op een snelle aansluiting.
Dat onderscheid is belangrijk: prioriteit helpt alleen als er überhaupt capaciteit te verdelen is.
Het ACM-prioriteringskader: voorrang is geen garantie
De Autoriteit Consument & Markt, meestal afgekort als ACM, is de landelijke toezichthouder op onder meer de energiemarkt. De ACM heeft een maatschappelijk prioriteringskader vastgesteld voor situaties waarin er te weinig ruimte is op het elektriciteitsnet.
Dat kader bepaalt welke aanvragen in een congestiegebied hoger op de wachtlijst kunnen komen. Het gaat dus niet om extra stroomcapaciteit, maar om de volgorde waarin schaarse capaciteit wordt verdeeld. Enexis omschrijft dit als maatschappelijk prioriteren: bepaalde bedrijven en organisaties krijgen voorrang op de wachtlijst bij toekomstige vrijgave van transportcapaciteit.
Dat is een belangrijk verschil. Voorrang betekent niet automatisch dat een project direct aangesloten kan worden. Als er helemaal geen capaciteit beschikbaar is, valt er ook niets te verdelen. Het prioriteringskader wordt dus pas echt relevant op het moment dat er ruimte vrijkomt of capaciteit verdeeld kan worden.
De ACM werkt met drie hoofdcategorieën.

- Congestieverzachters
Dit zijn partijen of oplossingen die juist ruimte op het net vrijmaken. Denk aan energieopslag, batterijen, flexibel stroomgebruik of bedrijven die pieken kunnen verminderen. - Veiligheid
Hieronder vallen bijvoorbeeld politie, brandweer, defensie en acute zorg. - Basisbehoeften
Hieronder vallen onder meer woningbouw, onderwijs, drinkwater en openbaar vervoer.
Woningbouw en onderwijs vallen dus in categorie 3: basisbehoeften. Dat is belangrijk voor Deurne, maar het moet niet mooier worden voorgesteld dan het is.
Binnen die categorie geldt nog steeds dat aanvragen goed moeten worden onderbouwd en dat de volgorde van binnenkomst belangrijk blijft. Bovendien geldt: als er geen capaciteit is, valt er ook niets te verdelen.
Wat zijn congestieverzachters precies?
Congestieverzachters zijn oplossingen die helpen om het stroomnet minder zwaar te belasten. Denk aan batterijen of andere vormen van energieopslag, bedrijven die hun stroomgebruik kunnen verschuiven naar rustigere momenten, energiehubs op bedrijventerreinen, slimme laadpleinen, lokale afspraken over piekbelasting en collectieve oplossingen bij gebiedsontwikkeling.
In het prioriteringskader van de ACM krijgen congestieverzachters de hoogste prioriteit, omdat zij niet alleen zelf stroom gebruiken, maar ook ruimte kunnen maken voor anderen.
Voor Deurne kan dit interessant zijn bij bedrijventerreinen, grotere woningbouwlocaties, maatschappelijke voorzieningen en mogelijk in het buitengebied. Het is geen wondermiddel, maar het kan wel helpen om bestaande capaciteit slimmer te gebruiken.
Station Helmond-Zuid: extra urgent
Voor het gebied Helmond-Zuid is de situatie extra scherp. Volgens de beantwoording van het college moeten projecten in het dekkingsgebied van Helmond-Zuid na 1 juli 2026 wachten tot er weer extra vermogen beschikbaar komt.
Daarbij wordt verwezen naar grotere aanpassingen in het hoogspanningsnet. In de beantwoording wordt de periode 2033 tot 2036 genoemd in verband met hoogspanningsstation Wijchen.
Dat maakt de urgentie groot. Dit gaat niet om een paar maanden vertraging. Als projecten nu niet tijdig of niet goed worden voorbereid, kan de wachttijd in het slechtste geval oplopen tot jaren (2033-2036).
Voor Liessel, Neerkant en Helenaveen is dat een serieus risico. Juist in het buitengebied zijn veel ontwikkelingen afhankelijk van extra stroomcapaciteit: agrarische bedrijven, verduurzaming, woningen, maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige bedrijvigheid.
Waarom Wijchen belangrijk is voor Helmond-Zuid
De oplossing voor Helmond-Zuid zit niet alleen in een lokale uitbreiding van Enexis. Er is ook extra ruimte nodig op het hoogspanningsnet van TenneT. Enexis geeft aan dat de congestie bij Helmond-Zuid kan blijven bestaan zolang de achterliggende congestie op het hoogspanningsnet niet is opgelost.
Daarom is het nieuwe hoogspanningsstation bij Wijchen belangrijk. Daar werken het ministerie van Klimaat en Groene Groei en TenneT aan een nieuw 380/150 kV-hoogspanningsstation. Daarmee kan de stroomvoorziening in de toekomst anders worden verdeeld.
Nu wordt Noordoost-Brabant nog voor een belangrijk deel gevoed via de bestaande hoofdstructuur rond Eindhoven. Met een nieuw station bij Wijchen, een verbinding richting Noordoost-Brabant en aanpassingen bij station Oss kan een deel van die belasting worden overgenomen. Noordoost-Brabant wordt dan als het ware deels omgehangen richting Wijchen, waardoor er ruimte kan ontstaan in het systeem waar ook Deurne indirect van afhankelijk is.
Maar dat perspectief ligt niet om de hoek. In de stukken wordt gesproken over realisatie rond 2033, waarbij ook de verbinding tussen Wijchen en het 150 kV-station Oss gereed moet zijn. Pas als alle onderdelen klaar zijn, ontstaat er daadwerkelijk meer ruimte.
Station Helmond-Oost: anders, maar niet zorgeloos
Voor Helmond-Oost ligt de situatie anders. Volgens het college is daar nog gereserveerd vermogen beschikbaar. Dat vermogen wordt verdeeld volgens het prioriteringskader van de ACM.
Dat klinkt gunstiger, maar het is geen vrijbrief. Ook hier geldt dat capaciteit schaars is. Aanvragen moeten tijdig worden gedaan en goed worden onderbouwd.
Voor delen van Deurne die onder Helmond-Oost vallen, kan er dus nog ruimte zijn. Maar ook daar geldt: wie te laat is of zijn stukken niet op orde heeft, loopt risico.
Wat moet vóór 1 juli gebeuren?
Uit de beantwoording van het college blijkt dat projecten of plannen in het getroffen gebied vóór 1 juli 2026 een aanvraag moeten doen als zij nog onder de oude werkwijze willen vallen.
Voor zo’n aanvraag zijn onder meer officiële adresgegevens nodig. Daarvoor is vaak een huisnummerbesluit nodig dat wordt verwerkt in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen, afgekort BAG. De BAG is de landelijke registratie waarin officiële adressen en gebouwen worden vastgelegd.
Daarnaast zijn gegevens nodig over de benodigde capaciteit, de locatie, de afstand tot de openbare weg, een plattegrond of schets van de locatie en soms bodemgegevens.
Het college geeft aan dat projecten binnen Deurne worden geïnventariseerd. Daarbij wordt gewerkt met drie categorieën:
- Projecten waarvoor vóór 1 juli nog een aansluiting kan worden aangevraagd.
- Projecten die nog niet vergund zijn, maar al wel bij Enexis bekend zijn.
- Projecten die niet vóór 1 juli vergund zijn en dus later op de wachtlijst komen.
Voor de tweede categorie gelden strenge voorwaarden. Het project moet vóór 1 april 2026 al bekend zijn bij de netbeheerder. Er moeten vóór 1 april al concrete gesprekken zijn gevoerd. En het project moet feitelijk aanvraagklaar zijn, waarbij alleen het huisnummerbesluit nog ontbreekt.
Dat laat zien hoe belangrijk voorbereiding is. Een vaag plan is niet genoeg. Projecten moeten concreet, onderbouwd en aanvraagklaar zijn.
Het college zegt: alle projecten moeten vóór 1 juli in beeld zijn
Opvallend is dat het college op de vraag welke projecten vóór 1 juli een aanvraag moeten doen, antwoordt: alle projecten of plannen. Daarmee erkent het college hoe breed het risico is.
Tegelijk ontbreekt in de beantwoording nog een concreet overzicht per project. Daardoor blijft onduidelijk welke plannen precies onder Helmond-Zuid of Helmond-Oost vallen, welke aanvragen nog haalbaar zijn, wat nog ontbreekt en welke projecten na 1 juli op de wachtlijst dreigen te komen.
Het college belooft in de eerste helft van juni met een update te komen. Dat is nodig, maar ook laat. Dan resteert nog maar weinig tijd tot de deadline van 1 juli. Die update moet daarom concreet zijn: per project, per gebied, per station en met een helder overzicht van de resterende blokkades.
Eerder aanvragen voor woningbouw en scholen
Vanaf 1 oktober 2026 krijgen gemeenten een nieuwe rol. Dan kunnen gemeenten eerder in het proces transportcapaciteit aanvragen voor woningbouw en onderwijs.
Het gaat om de werkwijze “Eerder aanvragen”. Daarmee kan voor woningbouw en onderwijs tot maximaal tien jaar vooruit capaciteit worden aangevraagd. Dat is belangrijk, omdat woningbouw en onderwijshuisvesting vaak jaren voorbereiding vragen. Als gemeenten pas capaciteit aanvragen wanneer de vergunning al rond is, kan het te laat zijn.

Daarbij is afstemming tussen gemeenten belangrijk. Maar de datum van indiening blijft óók belangrijk voor de positie op de wachtlijst. Dat betekent eigenlijk maar één ding: Deurne moet zorgen dat de aanvragen op 1 oktober klaarstaan.
Niet op 2 oktober beginnen met verzamelen. Niet eerst nog intern uitzoeken welke projecten er zijn. Niet wachten tot een ontwikkelaar zich meldt. Maar vooraf een compleet overzicht maken van woningbouw- en onderwijsprojecten voor de komende tien jaar.
Wat moet de gemeente aanleveren?
Voor de aanvraag van transportcapaciteit moet de gemeente informatie aanleveren over het project. Denk aan het type bouw, het aantal woningen, de grootte van de aansluitingen, collectieve voorzieningen, de manier van verwarmen, de gewenste aansluitdatum per fase en de locatie van het project.
Als de gemeente ook maatschappelijke prioriteit wil aanvragen, zijn aanvullende bewijsstukken nodig. Denk aan een bestuursverklaring door of namens het college van burgemeester en wethouders, een overeenkomst met de ontwikkelaar of initiatiefnemer, of anders een afschrift van het omgevingsplan waaruit blijkt dat op die locatie woningbouw is voorzien.
Ook voor primair onderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs is de bewijslast voor overheden vastgelegd. In de praktijk is hierover nog discussie geweest, omdat gemeenten hebben aangegeven dat zij niet altijd op tijd aan alle gevraagde bewijsstukken kunnen voldoen.
Kort gezegd: Deurne moet niet alleen weten welke projecten eraan komen, maar ook per project de onderbouwing klaar hebben. Zonder concreet plan, technische gegevens en bewijsstukken kom je niet ver.
Wat kunnen gemeenten nu al doen?
Gemeenten kunnen nu al veel doen.

- Ga actief in gesprek met de netbeheerder. Niet alleen algemeen, maar per project en per gebied.
- Vraag vóór 1 juli capaciteit aan waar dat nog kan. Voor projecten die voldoende concreet zijn, moet worden bekeken of zij nog onder de oude werkwijze kunnen worden ingediend.
- Inventariseer alle woningbouw- en onderwijsprojecten voor de komende tien jaar. Niet alleen de projecten die al bijna vergund zijn, maar ook projecten die op korte en middellange termijn in beeld zijn.
- Verzamel de bewijslast per project. Denk aan overeenkomsten, omgevingsplaninformatie, fasering, aantallen woningen en technische uitgangspunten.
- Bepaal onder welk station elk project valt. Voor Deurne is het verschil tussen Helmond-Zuid en Helmond-Oost belangrijk.
- Richt de gemeentelijke organisatie hierop in. Vergunningverlening, BAG-registratie, huisnummerbesluiten, ruimtelijke ordening, wonen en duurzaamheid moeten hierbij samenwerken.
- Informeer inwoners, ondernemers en ontwikkelaars actief. Mensen moeten weten dat wachten gevolgen kan hebben.
- Dien vanaf 1 oktober direct aanvragen in via “Eerder aanvragen”. Zorg dat Deurne niet achteraan komt te staan door interne traagheid.
Wat doen andere gemeenten?
Helmond heeft inmiddels actief gecommuniceerd over de gevolgen van netcongestie. De gemeente Helmond wijst inwoners erop dat bestaande aansluitingen gewoon stroom houden, maar dat nieuwe of zwaardere aansluitingen tot 1 juli 2026 moeten worden aangevraagd en daarna op de wachtlijst komen.
Helmond heeft daarnaast een versneld proces ingericht voor woonvoorzieningen. Voor projecten waarvoor vóór 15 juni 2026 een formele aanvraag omgevingsvergunning is ingediend, met onder meer een maatvaste bouwtekening, verzorgt Helmond de BAG-registratie zodat sneller een stroomaansluiting kan worden aangevraagd. Daarbij waarschuwt Helmond wel dat een aanvraag vóór 1 juli geen garantie geeft op een aansluiting.
Ook Asten wordt stevig geraakt. Volgens Peelbelang probeert Asten woningbouwplannen versneld door het proces te krijgen, maar zou slechts een honderdtal woningen de deadline halen en dreigen circa 1700 woningen de deadline niet te halen.
Dat laat zien dat dit geen theoretisch probleem is. Gemeenten die nu niet snel handelen, lopen het risico dat woningbouwplannen jarenlang in de wachtstand komen.
De politieke kern: Deurne moet regie nemen
Netcongestie is geen technisch detail meer. Het raakt direct aan de ontwikkeling van Deurne.
Kunnen woningen op tijd worden gebouwd? Kunnen scholen uitbreiden of vernieuwen? Kunnen inwoners hun woning verduurzamen? Kunnen ondernemers investeren? Kunnen dorpen en het buitengebied zich blijven ontwikkelen?
Daarom is het niet genoeg om alleen te zeggen dat het probleem bij Enexis of TenneT ligt. Natuurlijk hebben netbeheerders en het Rijk een grote verantwoordelijkheid. Maar de gemeente heeft óók een rol.
De gemeente moet weten welke projecten eraan komen. De gemeente moet zorgen dat plannen op tijd concreet zijn. De gemeente moet zorgen dat bewijsstukken klaarstaan. En de gemeente moet inwoners, ondernemers en ontwikkelaars actief informeren.
Communicatie is óók een gemeentelijke verantwoordelijkheid
Opvallend is dat het college de communicatie richting inwoners, ondernemers, ontwikkelaars en maatschappelijke organisaties vooral bij Enexis legt. Op de vraag of het college actief gaat informeren over de gevolgen voor bijvoorbeeld het verzwaren van een bestaande aansluiting, antwoordt het college dat de communicatie over de aansluitpauze via Enexis loopt.
Dat is bestuurlijk te mager. Natuurlijk is Enexis verantwoordelijk voor het elektriciteitsnet. Maar de gevolgen landen lokaal. Ze raken inwoners die hun woning willen verduurzamen, ondernemers die willen investeren, ontwikkelaars die woningen willen bouwen en maatschappelijke organisaties die voorzieningen willen realiseren.
Juist daarom hoort de gemeente zelf duidelijk te communiceren wat er speelt, welke gebieden geraakt worden, welke deadlines gelden en wat inwoners en initiatiefnemers nu nog kunnen doen. Door alleen naar Enexis te wijzen, blijft waardevolle tijd verloren gaan.
Conclusie
Netcongestie raakt Deurne nu al. Voor het buitengebied van Liessel, Neerkant en Helenaveen is de situatie extra urgent door de aansluitpauze rond Helmond-Zuid. Voor andere delen van Deurne, zoals gebieden onder Helmond-Oost, is de situatie mogelijk gunstiger, maar ook daar is capaciteit schaars.
Het prioriteringskader van de Autoriteit Consument & Markt kan helpen om maatschappelijke projecten zoals woningbouw en onderwijs hoger op de wachtlijst te krijgen. Maar prioriteit is geen garantie. Als er geen capaciteit is, valt er niets te verdelen.
Daarom moet Deurne nu handelen.
Voor 1 juli moeten projecten die nog onder de huidige werkwijze kunnen vallen, worden ingediend. En voor 1 oktober moet Deurne klaarstaan om via de nieuwe werkwijze “Eerder aanvragen” transportcapaciteit aan te vragen voor woningbouw en onderwijs.
Wie wacht, komt achteraan. Dat mag Deurne zich niet veroorloven, zeker niet als het gaat om woningbouw, onderwijs en de ontwikkeling van onze dorpen.
