Advocaat provincie: wel een alternatief

Saskia Boelema hield Brabant voor dat er geen ander besluit mogelijk was. Vijftien dagen voor het besluit schreef de advocaat van de provincie iets heel anders: “Het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen.” Geen enkel Statenlid hield haar die interne mail voor.
De natuurvergunningen van vijf pluimveebedrijven moeten vrijwel volledig worden ingetrokken. De rechter zou Gedeputeerde Staten (GS) geen keuze laten.
Vijftien dagen voor het besluit schreef de advocaat van de provincie:
“Het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen.”
Twee getroffen bedrijven liggen in Helenaveen en Neerkant. Daarom hebben wij als Transparant Deurne het hele dossier opnieuw bekeken: het Statendebat, de uitspraak, de Statenstukken en de via Woo openbaar gemaakte documenten, waaronder de interne correspondentie.
Voor de ondernemers was in een vergadering van bijna tien uur welgeteld 120 seconden spreektijd beschikbaar.
Twee minuten voor de mensen die hun bedrijf dreigen kwijt te raken. Uren voor de bestuurders die moesten uitleggen hoe het zover heeft kunnen komen.
Ook Provinciale Staten werden vooraf niet actief geïnformeerd over het verstrekkende besluit van 7 juli. Statenleden moesten via de krant vernemen welke koers GS had gekozen. De Statenmededeling volgde pas op 28 juli.
Tussen de Woo-documenten vonden wij een interne mail die tijdens het debat niet werd voorgehouden aan Boelema.
Mail van de advocaat van de provincie
Op 22 juni 2026 beoordeelde advocaat-partner Roelof Reinders van Pels Rijcken het beslisdocument van de provincie.

Reinders is specialist in omgevingsrecht en natuurbeschermingsrecht. Pels Rijcken vermeldt zelf dat hij ervaring heeft met stikstofdepositieberekeningen en met besluitvorming die bij de bestuursrechter stand moet houden. Hij was als advocaat van Brabant betrokken bij het hoger beroep in deze zaken.
Reinders zag een probleem. Sinds de uitspraken van de rechtbank waren de algemene Brabantse emissieregels voor veehouderijen aangescherpt. Waarom was naast die algemene reductie ook nog 85 procent reductie bij deze afzonderlijke veehouder noodzakelijk?
In de interne mail van 22 juni vroeg hij:
“waarom is én de generieke emissiereductie […] én de 85%-reductie voor deze veehouder specifiek noodzakelijk”
Daarvoor waren volgens hem aanvullende gegevens nodig.
Misschien zelfs een berekening.
De onderbouwing die Boelema later als onvermijdelijk presenteerde, was twee weken voor het besluit dus nog niet rond.
Daarna schreef Reinders letterlijk:
“Het alternatief is het aanschrijvingsverzoek afwijzen.”
De advocaat van de provincie zag dus wel een alternatief.
Wat betekende dat alternatief?
Afwijzen was niet zonder juridisch risico. GS zou dan moeten betogen dat de aangescherpte algemene emissieregels snel genoeg tot een substantiële daling zouden leiden.
De Raad van State kon die redenering vervolgens beoordelen. Als de Raad van State zou oordelen dat de algemene regels in de praktijk niet snel genoeg tot echte reductie leiden, kon Brabant hetzelfde argument later mogelijk ook niet meer gebruiken in zaken tegen bedrijven die geen piekbelaster zijn.
Dat was het risico. Het alternatief bestond wel.
Reinders schreef niet dat afwijzen onmogelijk was. Hij schreef dat afwijzen gevolgen kon hebben voor de bredere juridische positie van de provincie.
Vijftien dagen later koos GS voor 85 procent bij alle vijf bedrijven. De berekeningen waarmee de noodzaak per bedrijf zou moeten worden aangetoond, zijn niet openbaar gemaakt.
Boelema vertelde daarna dat Brabant niet anders kon.
Tijdens het bijna tien uur durende debat kwam de mail geen enkele keer ter sprake. Geen Statenlid hield Boelema de passage voor.
De rechter schreef geen 85 procent voor

Tijdens het debat werd Boelema wel voorgehouden dat de rechter nergens letterlijk had opgedragen om de vergunningen voor 85 procent in te trekken.
Haar antwoord:
“Dat is correct.”
De rechtbank stelde vast dat Brabant onvoldoende had aangetoond dat andere maatregelen snel genoeg tot een blijvende en substantiële daling van de stikstofdepositie zouden leiden. GS moest daarom nieuwe besluiten nemen en passende maatregelen treffen.
Welke maatregel dat moest zijn, liet de rechtbank aan GS. Het college moest per bedrijf kijken naar de omstandigheden, de gevolgen voor de ondernemer, andere mogelijkheden en innovatieve technieken. De provincie moest daarover bovendien met de betrokken partijen overleggen.
Over de omvang van een mogelijke beperking staat in de uitspraak:
“Deze beperkingen mogen niet strekken tot een beperking van meer dan 85% van de emissieruimte.”
Niet meer dan 85 procent.
Dat percentage kwam niet uit een berekening waaruit bleek dat de natuur bij ieder bedrijf precies 85 procent nodig had. De rechtbank keek naar de LBV en LBV-plus. Dat zijn vrijwillige beëindigingsregelingen voor veehouders. Deelnemers mogen onder voorwaarden 15 procent van hun emissieruimte behouden voor een nieuwe activiteit, zolang op die locatie geen landbouwhuisdieren meer worden gehouden.
De rechter wilde voorkomen dat deze ondernemers slechter zouden worden behandeld dan bedrijven die vrijwillig stoppen. De 85 procent was een grens aan wat GS mocht afnemen. Geen opdracht om bij alle vijf bedrijven precies zoveel af te nemen.
De Statenmededeling maakt de draai zichtbaar. Eerst schrijft GS correct dat een maatregel niet verder mag gaan dan 85 procent. Enkele regels later beweert het college dat de uitspraak geen ruimte geeft om minder dan 85 procent in te trekken.
Die conclusie staat niet in het vonnis.
Waarom precies 85 procent bij ieder afzonderlijk bedrijf noodzakelijk was, moest GS zelf aantonen. Vijftien dagen voor het besluit vroeg de eigen advocaat nog om precies die onderbouwing. Mogelijk moest er zelfs nog een berekening worden gemaakt.
Boelema kon die 85 procent dus niet op het bord van de rechter leggen. Het was een keuze van GS.
Plannen in beeld, een halfjaar geen antwoord
De ondernemers hadden ondertussen concrete plannen ingediend met forse reducties. In het verzoekschrift van Pels Rijcken van 2 februari 2026 worden voorstellen beschreven met reducties van 38,4 tot uiteindelijk 91,2 procent.
Pels Rijcken concludeerde:
“Er zijn dus reeds concrete reductievoorstellen in beeld.”
GS moest die voorstellen beoordelen en de ondernemers inhoudelijk antwoord geven.
Dat antwoord kwam niet.
Frank Rooijakkers uit Helenaveen stelde voor chemische luchtwassers op alle stallen te plaatsen. Volgens Nieuwe Oogst zou dat bij die stallen ongeveer 90 procent ammoniakreductie opleveren. Over zijn volledige vergunde situatie kwam zijn voorstel uit op ongeveer 72 procent reductie, met behoud van de kippen.
GS hoefde dat plan niet automatisch voldoende te vinden. Het college moest dan wel berekenen hoeveel depositie na uitvoering zou overblijven en waarom de stap van 72 naar 85 procent noodzakelijk was.
Dat is precies de berekening waar ook Reinders om vroeg.
GS liet de ondernemers een halfjaar wachten zonder inhoudelijke reactie. Een bestuurlijk gesprek kwam er voor het besluit evenmin.
In de Statenmededeling erkent het college de stilte. Een tussenbericht was volgens GS beter geweest. Daarna volgt deze onthullende toevoeging:
“Overigens had dit niet tot een andere uitkomst geleid.”
Een tussenbericht was het probleem niet. De ondernemers wachtten op een inhoudelijke beoordeling van hun plannen. Die kregen zij niet.
De provincie vroeg de ondernemers om plannen te maken, technieken te onderzoeken en kosten te maken. Tegelijk schrijft GS dat dit toch niet tot een andere uitkomst zou hebben geleid.
Dan was het geen open zoektocht naar de beste maatregel. De uitkomst stond al vast.
Vijf voor twaalf, na maanden wachten
GS had zelf 10 juli als datum in de procedure ingebracht. Boelema vertelde tijdens het debat dat het college “pas om vijf voor twaalf, op 7 juli” besloot.
Het college liet maanden verstrijken en ontdekte vlak voor de deadline dat er zogenaamd geen andere mogelijkheid meer was.
Boelema erkende:
“We hadden eerder met betrokken ondernemers om tafel moeten gaan zitten.”
En:
“Ik doe dat zelf vanaf nu anders.”
Vanaf nu. Na het besluit.
Boelema bood in de krant haar excuses aan. Tijdens het debat moest zij erkennen dat de ondernemers die excuses niet persoonlijk hadden ontvangen.
Nu komt zij alsnog op de koffie. Na maanden stilte. Na het besluit. Die koffie kan koud worden geschonken. GS heeft deze ondernemers ook lang genoeg laten wachten.
“Niets is onomkeerbaar”
Ondertussen blijft Boelema hoop verkopen:
“Op dit moment is niets onomkeerbaar.”
Maar de procedure loopt gewoon door. Uiterlijk rond 1 oktober wil GS de formele intrekkingsprocedure starten met een ontwerpbesluit. Tijdens het debat erkende Boelema zelf dat de kans op een andere uitkomst klein is.
De bedrijven mogen volgens de gekozen koers 15 procent van hun emissieruimte behouden, maar die niet meer gebruiken voor landbouwhuisdieren. Op deze locaties mogen dan geen kippen of kalkoenen meer worden gehouden.
Stoppen, verplaatsen of iets anders gaan doen worden als alternatieven gepresenteerd. Het familiebedrijf met dieren op de huidige locatie voortzetten hoort daar kennelijk niet bij.
Boelema zegt tegelijk dat Brabant niet anders kan en dat alternatieve plannen nog mogelijk zijn. Als een alternatief het besluit werkelijk kan veranderen, bestond er dus wel een andere mogelijkheid. Als de uitkomst al vaststaat, stelt het opnieuw indienen van plannen niets voor.
Eerst NO, daarna ammoniak
Ook inhoudelijk ging Boelema tijdens het debat pijnlijk de mist in. Zij gebruikte 84.000 kilo uitstoot om de vijf bedrijven als uitzonderlijk grote vervuilers neer te zetten, begon daarbij over “NO” en corrigeerde zichzelf vervolgens naar ammoniak.
NO is stikstofmonoxide. Ammoniak, dat is NH3.
Vervolgens sprak zij over emissie en depositie alsof die begrippen hetzelfde zijn. Dat zijn ze niet.
Emissie is wat bij een bron de lucht in gaat, bijvoorbeeld ammoniak uit een stal. Depositie is het deel dat volgens een rekenmodel op een bepaalde plek in een Natura 2000-gebied terechtkomt.
De 84.000 kilo zegt iets over de gezamenlijke vergunde emissie. Het getal bewijst niet hoeveel depositie ieder bedrijf veroorzaakt op ieder beschermd habitattype. Het bewijst al helemaal niet waarom bij ieder bedrijf precies 85 procent moet verdwijnen.
Juist daarvoor zijn berekeningen per bedrijf nodig.
Wie vijf familiebedrijven vrijwel hun hele vergunning wil afnemen, moet de basisbegrippen uit het eigen dossier beheersen.
Brabant moet open. Voor wie?
Boelema zei:
“Dit gaat over vijf bedrijven, niet over alle Brabanders. Het is uitzonderlijk.”

Even later sprak zij over “grote gebiedsbelasters” en over “Brabant weer open” krijgen.
Daarmee plaatste zij deze vijf bedrijven zelf in een veel groter verhaal. Brabant zoekt ruimte voor woningbouw, infrastructuur en economische ontwikkeling. Voor de groei van Brainport wordt die ruimte met man en macht gezocht.
Brabant heeft bovendien een provinciale stikstofbank. Daarbinnen bestaat een doelgebonden depositiebank voor Logistiek Park Moerdijk.
Dat bewijst niet dat depositieruimte van deze vijf bedrijven in die bank terechtkomt. GS heeft daarover geen openheid gegeven. Juist daarom moet het college bekendmaken wat er met de reductie gebeurt.
Als 85 procent volgens GS noodzakelijk is om verslechtering van de natuur te voorkomen, kan diezelfde ruimte niet ook worden uitgegeven aan nieuwe projecten. De Raad van State is daar duidelijk over: ruimte die nodig is om de natuur te beschermen, is niet vrij beschikbaar om een ander project mogelijk te maken.
GS moet daarom openbaar maken of uit deze intrekkingen depositieruimte in AERIUS Register wordt gezet, hoeveel ruimte het per natuurgebied en hexagoon betreft, in welke bank zij terechtkomt en voor welke projecten zij kan worden gebruikt.
Als GS straks toch een deel als ontwikkelruimte registreert, moet het college uitleggen welk deel van die 85 procent kennelijk niet noodzakelijk was voor de natuur.
Boelema kan niet beide verhalen tegelijk verkopen.
De provincie vraagt vijf familiebedrijven bijna hun hele vergunning in te leveren. Dan mogen Brabanders weten hoeveel daarvan werkelijk bij de natuur terechtkomt en wie van de rest profiteert.
Een motie als aanmoedigingsprijs
Na bijna tien uur vergaderen nam een meerderheid motie M100, “Samen kijken wat mogelijk is”, aan.
GS moet opnieuw met de ondernemers praten, hun plannen bekijken, het trappetje van Remkes doorlopen, verplaatsing onderzoeken en Provinciale Staten over de voortgang informeren.
Precies wat Boelema tijdens het debat toch al had toegezegd.
Zij noemde de motie zelf:
“Een steun in de rug voor de lijn die ik namens het college al heb uitgesproken.”
Het besluit van 7 juli blijft staan. De procedure loopt door. De motie verplicht GS niet om de ontbrekende berekeningen openbaar te maken. De ondernemers kregen geen enkele garantie dat voortzetting van hun bedrijven op de huidige locaties werkelijk mogelijk blijft.
De Staten vergaderden bijna tien uur en stuurden Boelema met een aanmoedigingsprijs naar huis.
Het alternatief stond gewoon in het dossier
De rechter verplichtte Brabant om te handelen. Hij schreef geen verplichte intrekking van 85 procent voor.
De ondernemers dienden reductievoorstellen in. Zij kregen een halfjaar geen inhoudelijk antwoord.
Advocaat Roelof Reinders vroeg waarom 85 procent per bedrijf noodzakelijk was. Hij wilde aanvullende gegevens en mogelijk een berekening. Hij noemde afwijzing van het verzoek als alternatief.
Gedeputeerde Staten koos toch voor 85 procent. De berekeningen zijn niet openbaar gemaakt. Boelema vertelde daarna dat Brabant niet anders kon. Geen Statenlid hield haar de interne mail voor.
Het besluit van 7 juli blijft staan.
De procedure loopt door.
De motie verandert daar niets aan.
In Helenaveen en Neerkant dreigen twee familiebedrijven de prijs te betalen.
Zo vindt u de interne mail zelf
De provincie gaf het document de nietszeggende naam “23_ID1~1”. Wie niet weet wat erachter zit, klikt er gemakkelijk overheen.
- Open de agenda van de Statenvergadering van 14 augustus 2026.
- Scroll voorbij het interpellatiedebat en de sluiting van de vergadering.
- Open agendapunt 5.5: Informatieverzoek BBB, PVV en JA21 over voornemen intrekking natuurvergunning deel 5.
- Kies bijlage 23_ID1~1, een pdf van 618 KB.
- De inhoudelijke mail van 22 juni staat op pagina 2.
Uitleg: de belangrijkste stikstoftermen
Stikstof
In dit dossier is stikstof een verzamelnaam voor verschillende stikstofverbindingen. De belangrijkste zijn ammoniak en stikstofoxiden. Het zijn niet dezelfde stoffen en zij komen grotendeels uit verschillende bronnen.
Ammoniak, NH3
Komt vooral vrij uit mest en veehouderijen. Bij deze pluimveebedrijven gaat het voornamelijk om ammoniakemissie.
Stikstofmonoxide, NO, en stikstofoxiden, NOx
Ontstaan vooral bij verbranding, bijvoorbeeld in verkeer en industrie. NO is geen andere naam voor ammoniak.
Emissie
De hoeveelheid stikstofverbindingen die bij de bron de lucht in gaat. Bij een veehouderij wordt ammoniakemissie doorgaans uitgedrukt in kilogram per jaar.
Depositie
Het deel van de stikstofverbindingen dat op bodem en vegetatie terechtkomt. Depositie wordt uitgedrukt in mol stikstof per hectare per jaar.
AERIUS
Het rekeninstrument waarmee uitstoot wordt vertaald naar berekende depositie op Natura 2000-gebieden. AERIUS is geen meting. Het gebruikt onder meer de locatie, bronhoogte, uitstoot, terreinkenmerken en meteorologische gegevens.
Hexagoon
Een zeshoekige rekencel op de kaart. AERIUS berekent per relevant hexagoon hoeveel depositie een bron veroorzaakt. Stikstofruimte is daardoor geen algemene zak met kilo’s die overal in Brabant op dezelfde manier kan worden gebruikt.
Habitattype
Een wettelijk beschermd type natuur binnen een Natura 2000-gebied, bijvoorbeeld een bepaald soort heide, veen of bos. Niet ieder habitattype is even gevoelig voor stikstof. Daarom moet ook naar de afzonderlijke habitattypen worden gekeken.
Referentiesituatie
De juridisch toegestane situatie waarmee een nieuw plan of een reductie wordt vergeleken. Een discussie over de juiste referentiesituatie kan het berekende reductiepercentage veranderen.
Passende maatregel
Een maatregel waarmee de overheid verslechtering van beschermde natuur moet voorkomen. Het aanpassen of gedeeltelijk intrekken van een vergunning kan zo’n maatregel zijn, maar GS moet de noodzaak en omvang per bedrijf motiveren.
Stikstofbank
Een register waarin depositieruimte onder voorwaarden kan worden vastgelegd en later aan projecten kan worden toegedeeld. Ruimte die nodig is om de natuur te beschermen, mag niet ook worden ingezet om een nieuw project mogelijk te maken.
Bekijk het debat en de documenten
Profiel van Roelof Reinders bij Pels Rijcken
Volledige Statenvergadering van 14 augustus 2026, inclusief video en spreektijden
Interne mail van Pels Rijcken van 22 juni 2026
Uitspraak rechtbank Oost-Brabant van 16 april 2025
Statenmededeling van 28 juli 2026
Verzoekschrift Pels Rijcken van 2 februari 2026 met de beschreven reductievoorstellen
