Werkgroep Behoud de Peel schiet doel voorbij

Eigen cijfers spreken hoofdconclusie tegen

Werkgroep Behoud de Peel kreeg onlangs media-aandacht met een onderzoek naar het grondgebruik rondom de Groote Peel. De opvallendste conclusie: juist binnen de eerste 500 meter zou de landbouw het snelst intensiever zijn geworden.

In het bericht van DMG staat het nog stelliger: “juist daar verdwijnt relatief veel grasland en neemt het aandeel intensief bouwland het snelst toe.”

Die uitspraak klopt niet. De eigen cijfers van het onderzoek laten iets anders zien.

De centrale uitspraak klopt niet

Het rapport van Werkgroep Behoud de Peel vergelijkt de eerste 500 meter met de volledige zone van 2 kilometer. Dat zijn geen twee afzonderlijke gebieden: de eerste 500 meter zit ook in de cijfers van de 2-kilometerzone.

Voor een zuivere vergelijking moet de buitenste ring van 500 tot 2.000 meter apart worden berekend. Dat kan rechtstreeks met de tabellen uit het rapport.

Gebied20092025Toename
0–500 meter9,39%19,96%10,57 procentpunt
500–2.000 meter13,13%23,85%10,72 procentpunt

Het aandeel ‘intensief bouwland’ groeide in de buitenste ring dus iets sterker dan binnen de eerste 500 meter. Het verschil is klein, maar de richting is precies tegengesteld aan de uitspraak waarmee Werkgroep Behoud de Peel naar buiten trad.

Binnen 500 meter verdween naar verhouding meer grasland. Dat bewijst nog niet dat juist daar het aandeel intensief bouwland het snelst toenam. Die twee ontwikkelingen worden in de publiciteit samengevoegd tot één conclusie die niet door de cijfers wordt gedragen.

Het onderzoek bevat bovendien geen referentiegebied. De ontwikkeling rondom de Groote Peel wordt nergens vergeleken met soortgelijke landbouwgebieden die verder van Natura 2000 liggen. Daardoor blijft onduidelijk of hier sprake is van een uitzonderlijke ontwikkeling rond de Peel of van een bredere verschuiving binnen de landbouw. Zonder zo’n vergelijking kan geen verband worden gelegd tussen de afstand tot het natuurgebied en de geconstateerde verandering.

Kaart: Het aandeel “intensief” bouwland steeg in de ring van 500 tot 2000 meter iets meer dan (toename 10,72%) in de eerste 500 meter (toename 10,57%). Dit in tegenstelling tot wat in het rapport wordt beweerd. In het donkergroen het grasland in 2009 wat zich bevond in wat nu Natuurnetwerk Nederland is. Maar die delen zijn voor het onderzoek van WBdP niet meegenomen.

Download hier ook de PDF versie van de kaart: Kaart Groote Peel (Natuurnetwerk Nederland)

Een deelonderzoek wordt als totaalbeeld gebracht

Ook een belangrijk deel van de ruimtelijke ontwikkeling blijft buiten beeld. Alle percelen binnen Natura 2000 en binnen het huidige, gerealiseerde Natuurnetwerk Nederland zijn uit de analyse verwijderd. Die begrenzing wordt ook toegepast op het jaar 2009.

Grasland dat sinds 2009 is omgevormd tot natuur, verdwijnt daardoor volledig uit de vergelijking. Het rapport erkent zelf dat de omschakeling naar natuur hierdoor niet zichtbaar wordt.

De uitkomsten gaan dus uitsluitend over geregistreerde landbouwpercelen buiten de huidige natuurgebieden. Dat is iets anders dan de volledige ontwikkeling van het grondgebruik rondom de Groote Peel.

Werkgroep Behoud de Peel noemt een aardappelperceel waar eerder gras stond “in één beeld alles wat we niet willen”. Landbouwgrond die in dezelfde periode natuur is geworden, blijft juist volledig buiten het onderzoek. De analyse toont daardoor alleen de ontwikkeling op de resterende landbouwgrond en niet de volledige verandering rondom de Groote Peel.

Rechtstreekse omzetting niet aangetoond

In de 2-kilometerzone is volgens het rapport 324 hectare grasland verdwenen en 326 hectare ‘intensief bouwland’ bijgekomen. Door deze cijfers direct naast elkaar te zetten, ontstaat de indruk dat het verdwenen grasland vrijwel een-op-een is vervangen door intensieve teelten.

Het rapport bevat geen perceelsgewijze overgangsanalyse. Het laat niet zien welk grasland uit 2009 in 2025 aardappel-, bieten-, uien- of bollenland was. Daarvoor is een overgangsmatrix nodig waarin ieder perceel door de tijd wordt gevolgd.

Een foto van één aardappelperceel waar twee jaar eerder gras stond, levert een voorbeeld op. Het bewijst niets over de ontwikkeling van duizenden hectares gedurende zeventien jaar.

‘Intensief’ is een keuze van de onderzoekers

De onderzoekers hebben gewassen zelf ingedeeld als ‘intensief’ of ‘extensief’. Het rapport erkent dat deze indeling moeilijk te maken is, omdat watergebruik, bemesting, grondbewerking en hoeveelheid bestrijdingsmiddelen onderling lastig vergelijkbaar zijn.

Geen van deze vormen van milieudruk is in het onderzoek gemeten. De analyse telt hectares met bepaalde gewassen. Zij toont geen werkelijk gebruik van water, mest of bestrijdingsmiddelen en meet evenmin de gevolgen voor de Groote Peel.

De meest precieze conclusie luidt daarom: het areaal met gewassen die de onderzoekers als intensief hebben aangemerkt, is toegenomen. De veel bredere uitspraak dat de milieudruk rondom de Peel aantoonbaar is geïntensiveerd, volgt daar niet automatisch uit.

Het betreft bovendien een onderzoek in opdracht. Analyse en rapportage zijn uitgevoerd door NovaGaia voor Werkgroep Behoud de Peel. NovaGaia biedt juridische ondersteuning en data-analyse op het gebied van natuurbescherming en noemt op de eigen website zowel Werkgroep Behoud de Peel als Mobilisation for the Environment (MOB) onder ‘Voor wie wij werken’. Die achtergrond is relevant wanneer de conclusies als zelfstandige onderzoeksbevindingen in het publieke debat worden gebracht.

Het verdwenen gras heeft een voorgeschiedenis

Het rapport constateert dat de verandering vooral vanaf 2015 en 2016 zichtbaar wordt, maar onderzoekt de oorzaken niet. Aantallen runderen, gestopte veehouderijen, grondtransacties, opkoopregelingen en beleidswijzigingen ontbreken volledig.

Grasland en rundveehouderij zijn nauw met elkaar verbonden. Volgens het CBS hangt de omvang van gras en groenvoedergewassen samen met de omvang van de veestapel. Wanneer melkvee- en rundveebedrijven verdwijnen, verdwijnt vaak ook de agrarische functie die het grasland in stand hield.

Werkgroep Behoud de Peel pleit al jaren voor minder vee rondom de Peel. De afname van grasland vervolgens als een losstaande ontwikkeling presenteren, laat een essentieel deel van de voorgeschiedenis weg. Wie de verandering wil verklaren, moet ook onderzoeken waarom het grasland verdween.

Conclusie

Het onderzoek laat twee ontwikkelingen zien: het aandeel grasland nam af en het areaal met als ‘intensief’ aangemerkte gewassen nam toe. De scherpste conclusies gaan echter verder dan het onderzoek kan onderbouwen.

Het aandeel intensief bouwland groeide niet het snelst binnen de eerste 500 meter. Een rechtstreekse omzetting van grasland naar intensieve teelten is niet aangetoond. De werkelijke milieudruk is niet gemeten. Omvorming van landbouwgrond naar natuur is bewust buiten beeld gehouden.

Juist deze analyse wordt ingebracht in een debat over bufferzones, beperkingen en de toekomst van landbouwbedrijven rondom de Peel. Dan moeten conclusies exact kloppen. Hier schiet Werkgroep Behoud de Peel het doel voorbij.

Technische verantwoording

Technische verantwoording: voor de afzonderlijke ring van 500 tot 2.000 meter zijn de hectarecijfers van de 500-meterzone afgetrokken van de totale 2-kilometerzone. Vervolgens zijn de percentages opnieuw berekend. Gebruikt zijn de tabellen op pagina 12 en 13 van het rapport. De oorspronkelijke gewasindeling van de onderzoekers is ongewijzigd overgenomen.