De halve rechtsstaat van Wösten

Valentijn Wösten meent vijf Brabantse wethouders terug naar de schoolbanken te moeten sturen voor een cursus openbaar bestuur. Stevige woorden. Paginagroot krijgt hij ruimte in het ED, “als gastschrijver”. Maar wie zo hoog van de toren blaast, mag zelf ook kritisch worden bevraagd.

Wösten heeft op één punt gelijk: een vergunning is juridisch geen contract. Het is een besluit van de overheid.

Maar daarmee is de discussie bepaald niet klaar. Een vergunning is ook geen vrijblijvend papiertje dat diezelfde overheid zomaar weer kan afpakken. Ondernemers investeren soms miljoenen op basis van vergunningen die door de overheid zelf zijn verleend. Rechtszekerheid, proportionaliteit en een betrouwbare overheid zijn óók publieke belangen.

Provinciale Staten

En juist daar ging het gisteren in Provinciale Staten over. Gedeputeerde Saskia Boelema erkende dat het proces richting de vijf pluimveehouders niet goed is verlopen. Ondernemers dienden plannen in, wachtten maanden op een reactie en Boelema bood excuses aan. De provincie gaat nu alsnog opnieuw met hen om tafel.

Zelfs landbouwminister Jaimi van Essen vindt dat eerst alles op alles moet worden gezet om intrekking te voorkomen.

VVD Brabant

Ondertussen veranderde de veelbesproken VVD-motie feitelijk niets aan het voornemen. Er moet nog een keer worden gepraat en het ‘trappetje van Remkes’ moet worden afgelopen. Daarna kan de conclusie nog steeds zijn: vergunning intrekken.

Veel politieke beweging dus, maar voorlopig weinig bestuurlijke verandering.

Valentijn Wösten

En dan Wösten zelf. Hij zet vijf vergunde ondernemers in één verhaal met Tata Steel, PFAS, Schiphol, illegaal uitgebreide veebedrijven en ontsporende boerenprotesten. Geheel irrelevant en alleen handig voor het beeld.

Maar het zegt niets over de vraag of bij deze vijf bedrijven een intrekking tot 85 procent noodzakelijk en evenredig is.

Wösten is bovendien bepaald geen neutrale buitenstaander. Zijn eigen juridisch adviesbureau meldt dat het sinds ongeveer 2005 initiatiefnemer is geweest van honderden, deels richtinggevende rechtszaken over stikstof en natuur.

Procederen is een recht. Maar er mag ook de vraag worden gesteld waar juridisch natuuractivisme eindigt en waar een juridisch verdienmodel rond de stikstofcrisis begint.

Zeker wanneer iemand die zelf al twintig jaar via de rechtszaal het stikstofbeleid probeert te beïnvloeden, gekozen bestuurders vervolgens de maat neemt omdat zij óók oog hebben voor rechtszekerheid en de positie van ondernemers.

Nederland wordt namelijk niet vanuit één belang bestuurd. Natuur is een publiek belang. Maar een betrouwbare overheid ook.

En het mooiste is dat Wösten dat uiteindelijk zelf bevestigt. De provincie moet volgens hem duidelijk maken waarom intrekking noodzakelijk is en waarom onvoldoende alternatieven bestaan.

Precies. Daar vragen de vijf wethouders om.

Dus voordat Valentijn Wösten anderen terugstuurt naar de schoolbanken, kan hij misschien zelf nog één les openbaar bestuur herhalen:

De rechtsstaat verplicht niet alleen burgers en ondernemers zich aan de overheid te houden. Hij verplicht de overheid zich ook behoorlijk tegenover burgers en ondernemers te gedragen.